Keukenprinses - Gooisch... als lifestyle

Keukenprinses

Ik hou ontzettend van goed eten. Als ik zelf niet hoef te koken, wil ik wel lekker eten. Ik ben dan ook er altijd voor te vinden om een avond door te brengen in een sterrenrestaurant.

Mijn liefde voor koken is door mijn moeder ontstaan. Zij kookte altijd met passie. Door haar gerechten en al die bijzondere ingrediënten ontwikkelde ik mijn smaak en leerde ik proeven. Ik lust dus ook werkelijk alles, het gebeurt zelden dat ik wat laat staan.

Uren kan ik in de keuken doorbrengen, recepten proberen, mislukte baksels weggooien (helaas gebeurt dit ook nog wel eens, maar wie niet probeert zal niet leren toch?). Geen vegan of glutenvrij gedoe, maar iets met suiker, boter of vlees. Kortom; passie voor ouderwets lekkere baksels.

Ongezond of calorierijk hoeft dit niet altijd te zijn, want wie regelmatig zelf kookt, goede en verse producten in huis haalt en niet plotseling volledige voedingsgroepen elimineert, eet best gezond. Ik zal ook niet snel kilo’s spinazie door de sapcentrifuge duwen, maar gewoon een pan soep klaarmaken.

Niet altijd ben ik zo ervaren met het eten geweest, in mijn jeugd heb ik wel eens uren peultjes staan schoonmaken omdat ik dacht dat je alleen de “erwtjes” uit de kern hiervan kon eten.

Inmiddels begrijp ik waar het om gaat; om de toewijding, de tijd en aandacht die je in het maken van een maaltijd steekt. Als je dat doet, weet ik zeker dat iedereen kan koken en dat je de liefde proeft!

Het enige wat ik niet klaarmaak, is alles met vleugels. Hier schuilt een licht jeugdtrama achter.

Ik had duiven toen ik klein was en was daar helemaal weg van, maar m’n moeder vond het niet meer zo leuk. Het koppeltje kreeg namelijk kleintjes en ze bevuilden met hun uitwerpselen heel de bestrating in de achtertuin. Dus had ze aan m’n oom gevraagd om de duifjes panklaar te maken. Ik wist uiteraard van niets. Onder het mom “ze waren op een dag zomaar weggevlogen” werd ik met dat verhaal getroost toen ik mijn duifjes niet meer aantrof in het hok. Op een avond aten we zogenaamd konijn. Ik was toch wel achterdochtig geworden en vroeg nog; “Het zijn toch niet m’n duiven?” “Nee,” werd er beweerd en we gingen eten. Na een tijdje was er nog over en m’n moeder vroeg aan m’n vader terwijl er een stilte viel… wil je nog een vleugeltje? Waarop wij elkaar allemaal aankeken en in koor verontwaardig riepen: “Maar mama, een konijn heeft toch geen vleugels?”

Ik begreep direct de situatie en zei: “Dat waren m’n duifjes en ik heb ze nog opgegeten ook!”

Sindsdien zal ik nooit meer iets met vleugels klaarmaken, maar alleen maar liefde geven…

 

Het laatste nummer van GOOISCH

Categorieën