Column Hester van 't Hek: Een Oad-bus

Een Oad-bus

Het is weer zover: de ‘hondenclub-mensen’ hebben me in een hoek gedreven. Ze bekijken mij en mijn hond Sam met afkeuring. Dat doen ze overigens regelmatig. Even dat vreselijke mens die haar hond niet heeft opgevoed op haar vetje geven.

Zodra mijn auto het pad oprijdt, rennen ze allemaal naar de parkeerplaats voor de bosingang. Althans, zo lijkt het. Op zich zou ik een ander stukje hei kunnen gaan zoeken, maar dat ligt allemaal niet hoog genoeg. Daar kunnen scootmobielen komen. Mijn lompe labrador springt namelijk graag op rijdende wagentjes, het liefst in het mandje voorop.

‘Het ligt nooit aan de hond. ALTIJD aan het baasje,’ opent de leider van de hondenclub zijn geijkte speech. Zijn volgelingen staan in een halve cirkel voor mijn neus. Sam springt vrolijk om hen, en hun keurig opgevoede honden, heen. Ik communiceer duidelijk dat ik weet dat het aan mij ligt. ‘Ik ben een waardeloze roedelleider,’ voeg ik er grijnzend aan toe. ‘Mag ik er nu even langs?’

Een frisse buitenvrouw zet een stap naar voren en de groep volgt haar. ‘Je ziet kennelijk de noodzaak van een goede opvoeding niet in.’ Ik knik bevestigend. En pak demonstratief een halve gebraden kip uit mijn tas en lok Sam mee. Achter me wordt er per direct een hondenvergadering belegd. Nog even en ik word bijna uitgescholden. Hoofdschuddend duw ik een ‘eenheidsworst’ aan de kant en loop het bos in. Ik wil nog roepen: ‘Jullie mogen zo de Oad-bus weer in, hoor.’ Misschien moet ik dat even uitleggen. Bij bepaalde mensen verschijnt er in mijn hoofd altijd een plaatje van een Oad-bus. Raar hè?

Het eeuwenoude probleem met groepsvorming. De veiligheid van ‘samen’.  Zodra er meer dan vier mensen over een specifiek onderwerp hetzelfde denken, moet je al oppassen. Dat kan gevaarlijk worden. Behalve als het over een beetje normaal doen gaat. Bij die groep wil ik wel graag horen.

Mopperend haast ik me over het smalle bospad. ‘Wat maakt het uit dat jij altijd bananen in je oren hebt, Sammie. Jouw opvoeding een beetje mislukt is. Die stomme mensen hebben geen hond met gevoel voor humor.’

Hoe verfrissend zou het zijn geweest, als er net een vrouw uit de halve cirkel was gestapt. En iets had gezegd zoals: ‘Wat vind ik dit eigenlijk een klote groep. Ongezellig ook. Ik ga een leuke club zoeken.’ Ze haar hond had opgepakt en de kuierlatten had genomen. Verfrissend, toch?

Een paar uur later zit ik bij de kapper. Het is namelijk ‘belangrijke woensdag’. Om de vijf weken werk ik in één middag mijn grijze haar en ongezellige nagels weg. Vandaag ben ik alleen bij een nieuwe, vreemde kapsalon beland. Iets met een behandeling  voor mijn ontembare haar.

Er hangt een gedwongen, ongeforceerd sfeertje in het moderne pand. Op de stoel naast me wordt het haar van een vrouw totaal verknipt. Een hippe kapper tovert haar lange lokken om tot een kort, pittig kapsel. Ik heb nog nooit zoiets gezien; het ziet er niet uit. De bewuste vrouw wil gaan huilen en dan gebeurt het: er ontstaat uit het niets een groep. Kapsters en aanwezige klanten roepen om de beurt dat ze er geweldig uitziet. Terwijl iedereen kan zien dat ze zonder muts op haar hoofd de kapsalon niet kan verlaten. Maar ze komen superlatieven tekort om het geweldige nieuwe kapsel te omschrijven.

Verwonderd bekijk ik het vreemde tafereel, tot het stilvalt in de kapsalon. Een heleboel ogen kijken me dwingend aan. Of ik ook even wil zeggen dat het kapsel van mijn buurvrouw de bom is. Nee, een beetje lekker groepsliegen. Daar knapt die vrouw van op. Ik zeg haar zachtjes dat de boel wel weer aangroeit en geef haar de naam van mijn kapper.

’s Avonds vis ik zuchtend mijn autosleutels uit het magnetronmandje. ‘Ik kan vanavond niet meer dan drie mensen aan. Ik heb het even gehad met groepen.’ ‘Dat wordt dan een gezellig borreltje, mam,’ grapt mijn dochter vanaf de bank. Ik smeer nog wat make – up op mijn hoofd en roep dat iedereen een ei moet bakken. ‘Met roerbakgroenten,’ voeg ik er streng aan toe. ‘Trouwens, lijk ik 84 in deze jurk?’ ‘Ja, een beetje wel. Trek je toch die groene van gisteren aan?’ antwoordt ze met een glimlach. Ik spring bovenop mijn puberdochter. ‘Jij wordt nooit een Oad-bus. Halleluja!’

Het laatste nummer van GOOISCH

Categorieën