Tijgernotenmeel - Gooisch... als lifestyle

Tijgernotenmeel

Mijn bijzondere oma maakte vroeger goddelijke kip met zelfgemaakte appelmoes. Daar serveerde ze een bloemkool bij en vers geschilde piepers van het land. Ze kookte oer-Hollandse pot op sterrenniveau, en dit alles met een grote ontspannen glimlach op haar gezicht. Ik probeer haar kookkunsten vaak te imiteren op dagen dat ik de perfecte moeder speel. Dan krijgen mijn kinderen als ontbijt een bak havermout met vers fruit om hun oren, gooi ik de schooltassen vol met wortels en paprika’s en blender ondertussen even een stronk broccoli. Dat roert zo lekker door de quinoa – pap die voor ’s avonds op het menu staat. Tegen half acht ben ik al gesloopt. Zodra er een kind roept: ‘O nee, mam! Je hebt toch niet weer zo’n dag?’ start ik mijn lezing over het effect van gezonde voeding. Ze vinden het hilarisch. Ik bedoel: ik kan niet koken, maar heb wel degelijk verstand van voedingsmiddelen. En niet in de eerste plaats voor mijn slome stofwisseling. Een mens heeft nou eenmaal vitaminen nodig.

‘Nee hoor, ’s ochtends hou ik het lekker simpel. Ben je gek, meid. Gewoon een papje van pastinaak en tijgernotenmeel, banaantje en wat hennep zaadjes. Schepje Chia natuurlijk,’ ratelt de vrouw door aan het tafeltje naast me. Ik wacht in een ‘hip’ restaurant op mijn vriendin M. en luister het gesprek van de buren af. De reden hiervoor is dat hun onderwerp me bovenmatig boeit, daarbij praten ze zo luid dat niet meeluisteren geen optie is. Als het woord ‘tijgernotenmeel’ valt, blijft er van verbazing een olijf in mijn keel steken. En een papje van pastinaak? Wat is dat in hemelsnaam, en hoezo is dat simpel? Ik begrijp de ingrediënten niet eens. Waar haal je die spullen?

‘Bak jij veel met chufa?’ vraagt de andere vrouw dan doodleuk. ‘De kinderen vinden mijn koekjes heerlijk. Wel met wijnsteenbakpoeder, hoor.’ Haar tafelgenoot knikt overdreven instemmend. En ik word een beetje gek in mijn hoofd. Wat zeggen ze voor woorden en wat is de betekenis? Ik begrijp alleen dat het over eten gaat, waar ik dus kennelijk totaal geen verstand van heb. Let je dus even niet op, hangt iedereen met z’n neus in de chufa. Niet alleen mijn stofwisseling is dus sloom. Het woord ‘wijn’ in wijnsteenbakpoeder is wel blijven hangen. Terwijl ik een glas wijn bestel, rent vriendin M. naar binnen. Als we even later proosten, vraag ik haar of ze ook geregeld bakt met tijgernoten. ‘Met chufameel, bedoel je? Eigenlijk alleen muffins,’ antwoordt ze bloedserieus. Oprecht serieus, ik ken haar namelijk al duizend jaar. ‘Wie ben jij?’ vraag ik geschokt.

Een mens heeft boodschappen nodig en daarom sta ik de volgende dag in de supermarkt. Schijnheilig gooi ik een pak keukenrollen in mijn kar. Het boodschappenlijstje met vreemde voedingsmiddelen brandt in mijn zak. Oké, ik geef het toe: ik wil die koekjes bakken. Daar ga ik thuis zo mee scoren vanavond.

‘Heeft u tijgernotenmeel?’ vraag ik even later met enige schroom.

‘Tijgernoten. Dat hebben we zeker,’ antwoordt de vriendelijke medewerker. De man loopt met stevige pas voor me uit en ik voel lol: dat spul kan je dus overal krijgen. Voor het schap met Duyvis tijgernootjes staat hij echter stil. En knikt nog even afsluitend voor hij zich omdraait. ‘Dat is het niet,’ zeg ik teleurgesteld.

‘Wat bedoelt u dan?’

‘Meel. Tijgernotenmeel.’

‘Hebben we niet.’

‘Chufameel dan?’ Er klinkt gelach, en ik zie wat hoofden afkeurend schudden.

‘Ook niet,’ antwoordt de man spottend. Het leidt me totaal niet af. Ik wil tijgerkoekjes.

‘Heeft u zaad? Hennep?’ Ik werp een snelle blik op het papiertje in mijn hand. ‘Pastinaak? Dat is voor het papje.’ Misschien moet ik de koekjes laten varen en eerst papjes met zaden en banaan gaan maken. De wenkbrauwen van de man klimmen nog hoger.

‘Nee, maar we hebben wel vrije uitloop komkommers. Kan ik u daarvoor interesseren?’ Ik schiet in de lach en mijn oma grinnikt van boven mee. Ze geeft me nog net geen duw richting de bloemkolen. De man tikt me kort vriendelijk op mijn arm. ‘We hebben allemaal weleens zo’n dag,’ zegt hij grijnzend.

Wanneer mijn zoon ’s middags uit school komt, vraagt hij hoe het met mijn blender – drift is gesteld. ‘We eten toch wel iets normaals vanavond, hè mam?’

‘Kip met bloemkool en aardappels. Jullie overgrootmoeder is er 94 mee geworden en je moeder mist haar.’

Het laatste nummer van GOOISCH

Categorieën