Niet zomerklaar - Gooisch... als lifestyle

Niet zomerklaar

Ook dit jaar ben ik weer niet zomerklaar, oftewel summer ready, zoals dat zo mooi op de cover van veel vrouwenbladen in koeienletters staat geschreven. Waarom wordt het midden in de winter dan ook ineens 22 graden, waar slaat dat op? Welke vrouw is daar begin april op voorbereid? Mijn benen geven licht, ik heb letterlijk niets ‘zomers’ om aan te trekken en al zou ik een zomerjurk in mijn kledingkast vinden, dan pas ik die niet. Ik dacht namelijk dat ik nog een maand de tijd had om twaalf kilo af te vallen. De weerman van RTL roept blij dat de BBQ van stal mag worden gehaald en de zonnebril weer op de neus. Hij vertelt gepassioneerd over een Afrikaanse wind die ons land nadert.

De volgende dag rinkelt mijn telefoon opvallend veel: de onrust over een winterse hittegolf heeft kennelijk bij meer vrouwen toegeslagen. We delen wat tips & tricks hoe we deze zomer een beetje fatsoenlijk kunnen doorkomen, en in mijn hoofd groeit een eindeloos lijstje. Er wordt mij geadviseerd om bij de basis te beginnen: hele lijf scrubben, benen scheren en er vervolgens bruin zonder zon crème op te smeren. Iemand met een beetje hersens gaat natuurlijk niet in de zon zitten. Dit smeer-ritueel dien je dagelijks te herhalen, tot er weer pepernoten in de supermarkt liggen. Zo rond eind augustus dus. Ook moet de tuintafel op mijn terras een beurt met groene zeep. Het terras even met een Kärcher en als ik dan toch bezig ben: beetje extra zand tussen de scheve tegels storten. Kunnen we weer heerlijk buiten in de tuin zitten. En dan te bedenken dat ik een echt wintertype ben. Doe mij maar lekker bewolkt met 11 graden. Knus met een dekentje op de bank, kaarsjes aan en een glas wijn met een gevarieerd kaasplateau op het tafeltje naast me. Dat zeg ik natuurlijk niet vaak hardop, mensen worden daar narrig van. Zomer is fijn, want dat is kennelijk ooit unaniem besloten.

Met die gedachte sta ik de volgende dag op en begin aan mijn checklist. Scrubben en nep-zon op mijn benen smeren, gaat me goed af. Tot ik natuurlijk een broek aantrek en de boel begint te plakken en vlekken. Je kan namelijk niet in je blootje naar buiten met een pot groene zeep onder je arm. Een uur later heb ik de mevrouw van het grof vuil aan de telefoon. Ze vraagt me om het verpulverde hout van mijn ingestorte tuintafel klein te maken en met touw te bundelen in pakketjes. Over twee weken mag het langs de weg worden gelegd. Ik sputter nog wat tegen door te zeggen dat de tafel drie meter lang is en vraag haar waarom ik geen tuinman heb. Ik besluit me te richten op mijn kale tuinstoelen en een paar kleurrijke kussens in het tuincentrum te scoren. Mijn volgende telefoongesprek is met de meneer van de garage. Live laat ik hem meeluisteren naar mijn auto die niet wil starten.

“Accu heeft door de kou een klap gehad. Dat ding gaat niet rijden,” zegt hij verhelderend. En vraagt me waarom het een zaak van leven of dood is dat hij per direct naar me toe moet komen. Kussentjes in een tuincentrum kopen, vindt hij duidelijk geen goede reden. Ook niet wanneer ik aangeef erg verzwakt te zijn van het eten van vijf komkommers in nog geen twee uur. Niet eenvoudig om in één dag twaalf kilo af te vallen. Plukkend aan mijn plakbroek, sta ik een minuut later weer in de woonkamer en druk voor de zoveelste keer op de groene knop van mijn rinkelende telefoon. Vriendin A. vraagt wat mijn plan is en of ik al ‘op’ Zalando ben geweest? Dan weet zij ook wat ze moet aantrekken. En welke voedingsmiddelen mogen we vanaf nu ook alweer niet in onze mond stoppen? Ik schreeuw dat het te laat is voor een plan. “We moeten roeien met de zwembandjes die we hebben!” Ze vraagt me haar terug te bellen als ik weer gezellig kan doen.

Waarom trap ik er toch elk jaar weer in? De achterlijke hysterie zodra het kwik begint te stijgen. In mijn ogen bestaan er toch ‘grote problemen’ en ‘geen problemen’? Dit gedoe valt toch echt binnen de laatste categorie. Met een heldere blik bekijk ik de rotzooi om me heen en ren grijnzend naar boven op weg naar de douche. En of we weer normaal gaan doen. Met lichtgevende benen in stretchy kleding gestoken, zit ik ‘s avonds op de bank. Neem een slokje wijn en trek genoeglijk de plaid nog iets verder over me heen. Ik ben een wintertype: óók in de zomer!

Het laatste nummer van GOOISCH

Categorieën